Aanplant boom

 

Aanplant van een boom

 

U heeft zojuist één of meerdere bomen aangeschaft. Om de boom een goede start te geven volgen hieronder enkele tips.

 

 » Zorg voor een plantgat dat qua breedte 2 x zo breed is als het wortelgestel van de boom.

 » Zorg dat de grond tot een diepte van 70 cm goed los is.

 » Vermeng de grond in het plantgat met aanplantgrond; let op met compost! Als de wortels van een boom in contact komen met pure compost zullen de jonge haarwortels van de boom verbranden en heeft de boom minder kans op aangroeien. 

 » Plaats minimaal één boompaal aan de kant waar de meeste wind vandaan komt (minimaal 80 cm diep in de grond zetten); zwaardere bomen of bomen die veel wind vangen verlangen twee boompalen. 

 » Plaats de bomen in het voorbereide plantgat; verdeel de wortels indien nodig om de boompaal. Vermijd beschadiging van de wortels. Zet de boom absoluut niet dieper dan nodig; alleen de wortels onder de grond! 

 » Laat bij een boom met kluit het jute zitten; het beschermt de wortels en houdt ze bij elkaar; het jute verteerd binnen afzienbare tijd. Als de jute bijeen wordt gehouden door gaas, dan kunt u het gaas na het plaatsen van de boom in het plantgat aan de bovenkant losmaken en uitspreiden op de bodem van het plantgat; het gaas verroest binnen een jaar; de jute kunt u ook in dit geval laten zitten. 

 » Bij een boom die in container wordt aangeleverd verwijdert u de container om vervolgens de kluit licht te 'kneden' zodat de wortels beter de kans krijgen uit de potvorm te groeien. 

 » Vul het plantgat aan met grond en aanplantgrond en druk de grond rondom de stam voorzichtig aan (niet stampen!)

 » Bevestig de boom met boomband aan de palen (20 cm onder de bovenkant van de paal) de boomband brengt u in een lus (achtvorm) aan; de uiteinden bevestigt u met een spijker of kram op de boompaal. 

 » Giet de grond rond de stam aan; zodat het zand goed rond de wortels sluit; voor verdere aanwijzingen wat betreft water geven: zie aandachtspunten. 

 

Planten zijn levend materiaal. Ze hebben verzorging, voedsel en water nodig om in optimale conditie te blijven. Een plant die verplaatst wordt heeft altijd een periode nodig om zich te herstellen. De wortels zijn beschadigd en de plant zal de eerste tijd gebruiken om nieuwe wortels te maken. Tijdens deze herstelperiode maakt een boom kleiner blad en groeit nauwelijks. De groei komt pas in het tweede jaar en soms pas in het derde jaar na aanplant. Tijdens de herstelperiode vraagt een boom uw aandacht! Grijpt u te laat in dan kan dit bij een boom leiden tot een groeiachterstand, bladverlies of afsterven van de boom. 

 

Aandachtspunten

 

Bomen uit de volle grond kunt u aanplanten zolang er geen blad aan zit, afhankelijk van het weer meestal vanaf begin november t/m uiterlijk eind april. De beste planttijd is nog altijd het najaar; de bodemtemperatuur is dan nog voldoende hoog om de boom een goede (wortel) start te geven. Hoe later in het voorjaar u een boom aanplant hoe meer verzorging deze vraagt met water geven. Bomen uit pot kunt u in principe jaarrond aanplanten; let op; een boom die in de zomer wordt aangeplant vanuit een pot vraagt gedurende die zomer ook de aandacht als zijnde een potplant! Bij droog en warm weer kan dit betekenen dat de boom elke dag water nodig heeft!

 

Laat een boom met kale wortels nooit in de wind of in de zon liggen. laat de wortels verpakt in de zak tot het moment van aanplanten. Een boom met kale wortels dient binnen 24 uur met de wortels in de grond te staan. U kunt een boom natuurlijk altijd opkuilen. Een boom met kluit kan indien nodig twee dagen boven de grond blijven mits u de kluit afdekt met een zeil of doek. 

 

Bij aanplant van de boom in het najaar is het niet meer nodig om de boom water te geven; de boom is immers kaal en verdampt niets meer. Als in het voorjaar de bladknoppen dikker worden en het blad zich gaat ontvouwen heeft de boom vocht nodig. Geef ook water over het blad heen (liefst in de ochtend of in de avond). Een boom is met name tijdens het eerste jaar na aanplant afhankelijk van uw watergift. de verhouding van de oppervlakte van de wortels en de hoeveelheid blad is nog niet in evenwicht; de boom kan nog te weinig water opnemen om in zijn algehele waterbehoefte te voorzien. Geef een boom bij warm weer of bij droog weer met veel meer wind minimaal twee maal in de week water; zorg dat de grond vochtig blijft. 

 

Meng nooit een korrelmeststof door de grond; de jonge haarwortels zullen verbranden door het te geconcentreerd vrijkomen van meststoffen. 

 

Zet een boom nooit te diep; de wortels onder de grond is voldoende; ieder gedeelte van de stam dat onder de grond beland gaat rotten, wat uiteindelijk tot het afsterven van de boom kan leiden. Bij het te diep plaatsen van een boom komen de wortels bovendien in een ondergrond waar weinig bodenleven is, waardoor de wortels niet tot optimale ontwikkeling kunnen komen. Een boom kan door te diepe aanplant in het eerste jaar afsterven; in het meest gunstige geval houdt een boom die te diep is aangeplant het twee tot drie jaar vol. Plaats een boom, met uitzondering van soorten die hiervoor geschikt zijn, nooit op een plaats waar met name in de winter water blijft staan; de wortels zullen wegrotten en de boom zal afsterven. 

 

Controleer nieuwe aanplant na een storm; bedek wortels die bloot zijn komen liggen opnieuw met aarde. 

 

Wanneer een boom in de bestrating komt te staan, let dan vooral op een voldoende groot plantgat met goede grond waarin de boom kan groeien; wit zand is géén voedingsbodem voor een boom! Laat de bestrating tot minimaal een halve meter van de stam weg. Breng een drainagebuis van de wortels van de boom tot net boven het oppervlakte van de grond om de wortels van extra lucht te voorzien en hierdoor evt. water te geven. 

 

Reinigings- of bestrijdingsmiddelen of strooizout dat u voor de bestrating gebruikt, kunnen schade toe brengen aan de boom. 

 

Gebruik nooit wit zeezand onder de bestrating; de grote hoeveelheid zouten die dit zand bevat spoelt door regenval uit en brengt ernstige schade toe aan de wortels; de boom gaat dood.

 

Aanplant bij winters weer

Zolang de ondergrond niet bevroren is kunt u bomen aanplanten. Let op; zorg ervoor dat er geen bevroren grond of sneeuw bij de wortels in het plantgat terecht komt; u kunt het dunne bevroren bovenlaagje en/of de sneeuw opzij schuiven en vervolgens de boom aanplanten/opkuilen in de onbevroren en onbesneeuwde ondergrond.